Op 22 december 1945 overleed Otto Neurath plotseling in Oxford. De Oostenrijkse wetenschapper, filosoof en bedenker van de invloedrijkebeeldstatistiek - het systeem dat later bekend staat als Isotype - had de Tweede Wereldoorlog overleefd, maar de vrede niet. Bij zijn vlucht naar Engeland moest Neurath in Den Haag alles achterlaten en viel zijn instituut en werk in handen van de NederlandseStichting voor Statistiek, opgericht door CBS-directeur Philip Idenburg en econoom Jan Tinbergen. Mannen die hij zijn vrienden noemde. Dit boek vertelt het verhaal dat tot nu toe nooit volledig werd uitgeplozen: hoe de NSS tijdens de bezetting profiteerde van Neuraths werk, hoe Duitse graficus Gerd Arntz - zijn trouwe medewerker - uiteindelijk in de Wehrmacht belandde, en hoe de naoorlogse onderhandelingen overrechten en teruggave vastliepen. Neurath kon niet begrijpen dat zijn Nederlandse vrienden hem lieten zitten. Hij stierf voordat de kwestie werd opgelost. Op basis van uitgebreide correspondentie, archiefonderzoek en dossiers van het Nederlands Beheersinstituut reconstrueert dit boek een weinig bekend maar schrijnend hoofdstuk uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis - over vriendschap, oorlogsoportunisme en de kwetsbaarheid van idealisme in donkere tijden.